Concert recensie Lubimov & Poprugin 15-06-2015

15 juni 2015

Op 15 juni 2015 nam BrunoTruyens van Bruno Klassiek het toegestroomde publiek mee naar een muzikale soiree in een Parijse salon a la Polignac.
Plaats van vertrek was de Doopsgezinde kerk in Haarlem. Wij togen naar Parijs, gedragen door twee schitterende vleugels van Chris Maene (Piano’s Maene): een Gaveau uit 1906 en een Pleyel uit 1926. De ervaren bespelers van de avond waren Alexei Lubimov en Slava Poprugin.
Het programma was geheel gewijd aan Igor Stravinsky en Erik Satie. De beide pianisten openden met Stravinsky’s eigen transcriptie voor twee piano’s van zijn Concerto in Es ‘Dumborton Oaks’. Dit opus werd besteld door het echtpaar Robert Woods Bliss en Mildred Barnes Bliss ter gelegenheid van hun 30ste trouwdag. Het concert is daarom vernoemd naar hun landgoed. We zaten meteen in de neo-klassieke tijd. Vooral het eerste deel heeft sterke reminiscenties aan Bach’s motoriek en zijn Brondenburgse Concerten. In het derde deel vallen vooral de tegendraadse syncopen op. Bij de uitvoering werd de clairté van beide vleugels optimaal aangesproken. In John Cage’s pianistisch bijzonder fraaie bewerking voor twee piano’s van Satie’s Socrate konden de vleugels hun volle pracht laten horen en vielen vooral de warme toon en de sonore bassen op.
Doordat in deze transcriptie de teksten van dit symfonische drama waren weggelaten, werd de muziek des te indringender. Een vleugje weemoed, sfynxachtige raadselachtigheid, geen traditionele vormen en een magisch slot.
Mij bekroop de vraag wie van beide componisten nu eigenlijk de grootste vernieuwer is geweest. Na de pauze klonk Stravinsky’s Concerto per due pianoforti, eveneens een werk uit zijn neo-klassieke periode. In dit opus wilde de componist de piano als solo-instrument ontdekken en bovendien een stuk schrijven wat hij samen met zijn zoon Soulima zou kunnen uitvoeren. Met een aanstekelijke spielfreudigkeit zetten beide pianisten een monumentale en orkestrale uitvoering neer, waarin echter geen enkel detail ondersneeuwde.
Lubimov en Poprugin zijn twee formidabele pianistische persoonlijkheden, waardoor de vleugels anders klonken als ze wisselden van instrument. En toch slaagden ze er in om elkaar in hun klank op te zoeken, zodat er eigenlijk nooit sprake was van twee vleugels, maar van één orkest met verschillende timbre’s.
Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de cd die door hen van dit repertoire zal worden gemaakt. Het slotstuk van de avond was Satie’s ‘Cinema’, in de bewerking voor piano vierhandig van Darius Milhaud. Als speciale révérence werd dit stuk op de Bechstein van de Doopsgezinde kerk gespeeld. Lubimov had de vleugel voor de gelegenheid geprepareerd a la John Cage, wat wonderwel bij deze muziek paste. Allerlei onvermoede klanken werden uit het huisinstrument getoverd: een cymbaal, pizzicati, klokken, slagwerk, enz. Door al deze vreemde geluidseffecten klonk de treurmarsachtige episode extra luguber. De ongrijpbare Satie zou dit best wel eens hogelijk hebben kunnen waarderen.
Na een ovationeel applaus kregen we als cadeautje nog een aan Diaghilev opgedragen kleine polka voor piano vierhandig van Stravinsky. We waren weer terug aan het Spaarne en de salon was weer kerk geworden. Bruno verontschuldigde zich dat de bloemen in alle consternatie kwijt waren geraakt, maar Lubimov zei gevat en terecht: “Du bist die Blume”.

(Maarten Boonstra in Pianowereld Magazine, tegenwoordig: Nieuwe Muze)

Maarten Boonstra’s review of this concert in Pianowereld reflects the memorable atmosphere. The two musicians enjoyed the evening also very much themselves, which even resulted in a dedication in the guestbook of Bruno Klassiek, who organized the concert.