Geplaatst op

Concert Slava Poprugin

Dit concert heeft reeds plaatsgevonden

 Slava Poprugin speelt Scriabin,
“De muzikale ontwikkeling van Alexander Scriabin, van Chopinesque tot visionair”

Tijdstip: zaterdag 11 maart 2017, 20.00 uur (deur open v.a. 19.30 uur)
Locatie
: Doopsgezinde kerk “De Grote Vermaning“, Frankestraat 24, 2011 HV Haarlem

Programma van Chopinesque tot visionair
Het  programma biedt een uniek chronologisch overzicht van de muzikale ontwikkeling die de Russische componist Alexander Scriabin (1872-1915) doormaakte in zijn relatief korte leven. Aanvankelijk sterk beïnvloed door de sentimentele stijl van Chopin en ook Tchaikovsky ontwikkelde hij steeds meer zijn eigen mystieke stijl. Scriabin bezat een bijzondere verstandelijke gave: hij nam bij het horen of bedenken van tonen en toonsoorten specifieke kleuren waar. Deze gave heet synesthesie; het komt door een vermenging van zintuiglijke prikkels. Scriabins klankideaal en werk raakte steeds meer beïnvloed door dit fenomeen. Het programma bestaat daarom uit zeven blokken, die de zeven dagen van zijn visionaire onvoltooid nagelaten werk `Mysterium´ symboliseren. Voor een overzicht van de te spelen werken kijkt u hieronder bij Programma details.

Zie  de concert recensie
Zie de Biografie van Slava Poprugin.

Geplaatst op

Concert recensie Slava Poprugin 11-06-2017

Slava Poprugins Onthechte Scriabin.

Gisteren organiseerde de bevlogen cd handelaar Bruno Truyens van Bruno Klassiek een concert in de Doopsgezinde concert in de Doopsgezinde Kerk in Haarlem.
Dat de zaal goed vol zat was om meerdere redenen bijzonder. Allereerst prijkten op het programma bijna uitsluitend korte miniaturen van Alexander Scriabine, ten tweede wordt meer dan de driekwart van die werkjes nauwelijks nog gespeeld en ten derde was niet onbelangrijk dat we de muziek mochten horen op een instrument vergelijkbaar met de instrumenten die de componist zelf voor zich moet hebben gehad – een Bechstein uit 1898, speciaal voor de gelegenheid geleverd door Andriessen piano’s – vleugels eveneens uit Haarlem.

Scriabine authentiek?

De muziek van Scriabine verleidt pianisten tot extremen. Zoveel kan rustig gesteld worden wanneer we terugkijken naar een dikke eeuw uitvoeringspraktijk. Interessant is dat de beroemdste voorbeelden van die extremen – Horowitz, Sofronitzky, Gould en in recentere jaren ook pianisten als Pletnev, Pogorelich, Ugorski en Zhukov – qua benadering bijzonder weinig met elkaar gemeen hebben. Zodoende lag het speelveld gisteravond volledig open. Zeker omdat weinigen Slava Poprugin – de pianist van de avond – eerder in een solorol zullen hebben gehoord.

Poprugin opende met een vroege wals waarin je meteen kon beluisteren dat zowel vertolker als componist als het ware ‘opmatig’ denken: weinig gewicht op het maataccent, veel opwaartse kracht. Ook in de klank viel weinig grond te bespeuren. Een Bechstein buldert zeker niet zoals een Steinway en bovendien, ‘veegde’ Poprugin in de regel bijna over de basoctaven op een vluchtige wijze, die beslist deed denken aan de pianorollen van de componist zelf.

De vooral charmante, weinig concrete aanpak voelde aanvankelijk wel erg salonesk. […]

Kosmos

Dat beeld veranderde na de pauze. Het met zorg in zeven kleine biografische boeketten gebundelde, chronologisch opgezette programma – uitstekend door Truyens toegelicht – begon nu zijn werk te doen.
Eenmaal aangekomen bij opus 45 wist Poprugin bij zichzelf en het publiek opperste concentratie af te dwingen. Scriabine experimenteert in deze latere werken niet alleen met de tonaliteit, maar ook met het saloneske gebaar dat nu echter polytonaal verdwaald raakt.
In korte, perfect afgemeten rusten voer er toenemende bevreemding door de zaal. Op het hoogtepunt van ontstoffelijking wisselde Poprugin van vleugel. In plaats van op de Bechstein, hoorden we de Deux Pièces opus 57 op een nog maar net door de firma Andriessen verworven St. Petersburgse Jacob Becker salonvleugel, van het soort waarop Tchaikovsky zijn geliefde pianominiaturen componeerde. De etherische klank die de pianist aan dit nog licht ontstemde instrument wist te ontlokken, kwam volledig onthecht over – alsof je vanuit de kosmos naar de blauw en wit feestende aardbol kijkt.

In de voorlaatste groep verraste Poprugin met een zeer eigen visie op het beroemde ‘Vers la flamme’, waarbij de transparante basklank van de Bechstein voor een, ondanks alle geweld, optimale definitie zorgde.
Nadat met de Preludes opus 74 het doek definitief gevallen was, bedankte de pianist het enthousiast applaudisserende publiek met twee toegiften van Rachmaninoff. […]

Elger Niels 

Geplaatst op

Slava Poprugin – piano

Biography Slava Poprugin

Viacheslav Poprugin was born in 1973 in the city of Khabarovsk, Russia. Primary musical education he obtained at the Topolyok Choir Music School of Khabarovsk thanks to teacher Marina Ternovskaya. Then he studied at Khabarovsk Regional College of Arts under Larissa Tokareva, brilliant pedagogue and researcher, the follower of Heinrich Neuhaus’s school. In 2000 he graduated from the Russian Gnessin Academy of Music, where he studied under professor Alexander Alexandrov.

Long term passion for contemporary music has led him to a close collaboration with many composers like E. Denisov, S. Berinsky, A. Raskatov, B. Filanovsky, M. Shmotova etc. Lots of solo recitals and chamber music performances as well as playing with orchestras conducted by V. Verbitsky, V. Yurovsky, V. Titz, S. Malkki provided the musician with a rich artistic experience.

Later musician’s mastery gained from his teachers was re-comprehenced through collaboration with cello-player Natalia Gutman who always seeks for braking paradigms. This creative cooperation began in 1999 and it opened a new period in pianist’s life. Pianist gave many performances on a tour and became well known in different countries and continents. His expression was highly effected by romantic sence of performances made by this unbeated professional duet, which is always welcomed by audience. Unlimited intimacy, which played pivotal role in musician’s nature, gained its ultimate shape recent time. Rare but thought-through programs bear a very specific mood, which is brought naked to the public.

Professional performances go simultaneously with teaching in Viacheslav’s life. Since 1999 he is a docent at the Moscow Conservatoire, where he gives Chamber Music and Piano classes. Many successful ensembles and solo players were graduated under his sensitive supervision. But his “marriage” with music is not one-sided as he is well developed as a sound engineer. In less then ten years he recorded and mastered plenty of albums together with widely known Eggner Trio, Natalia Gutman, Alexey Lubimov etc. His publishing partners to this moment are Gramola, Live Classics and Artservice Music Publishing sound labels.

Nowadays Viacheslav is one of the most prominent professionals who shape the universe of academic music in eyes of audience as it is.

Slava Poprugin is also an eminent sound engineer. He is the owner of Recording Studio Steppenwolf.
Next to all this Slava is teacher at The Hague Conservatory

Geplaatst op

Concert Sarah Kapustin

Live bij Bruno Klassiek in de winkel ‘Noten kraken met Sarah Kapustin’.
Vertelconcert n.a.v haar nieuwe CD “Point Counter Point” met muziek van Bach, Bartók en Fulmer voor solo viool.

Sarah Kapustin
Sarah Kapustin

Op vrijdag 7 oktober 2016 om 13.00 uur verzorgt de Nederlands-Amerikaanse violiste Sarah Kapustin een kort optreden in mijn CD en LP winkel in de Gierstraat te Haarlem met de titel noten kraken met Sarah Kapustin.
Die dag verschijnt het eerste soloalbum “Point Counter Point” van de vrouw die acht jaar lang eerste violiste was van het wereldwijd succesvolle Rubens Quartet.
Onder de titel “Noten kraken met Sarah” komt zij bij Bruno Klassiek in Haarlem langs om repertoire van haar CD te spelen, maar vooral ook om over de muziek ervan te vertellen; een vertelconcertje dus.
“Mijn ervaring is dat het veel fijner is om naar muziek te luisteren als je die enigszins kunt doorgronden. Op de cd speel ik vier melodieën tegelijkertijd, dat heet contrapunt. Je zou kunnen zeggen dat ik in m’n eentje een compleet strijkkwartet vorm. Dat is jongleren, je zou het haast acrobatisch kunnen noemen.”, aldus Sarah.

Haar originele aanpak op die middag, het ‘noten kraken’, beschrijft Kapustin ondermeer als volgt: “Ik laat de verschillende stemmen horen, één voor één, stukje voor stukje. De muziek wordt ontleed, uitgekleed. We gaan het hebben over structuur, tempo, harmonie, maar er zullen ook mooie verhalen de revue passeren.” De cd Point Counter Point bevat drie meerstemmige meesterwerken uit drie verschillende eeuwen en landen: de Sonate in C-groot voor solo viool, BWV 1005 van Johann Sebastian Bach, de Sonate voor solo viool van Béla Bartók en een nieuw werk van de jonge Amerikaanse componist David Fulmer: Sirens.
In de woorden van Sarah Kapustin: “De sonates van Bach en Bartók zijn voor mij als uitvoerder niet alleen twee persoonlijke favorieten, ze behoren tot de meest ingenieus polyfone werken ooit voor viool geschreven, en hebben veel gemeen. Bartók woonde een concert bij waarin Yehudi Menuhin deze Bach-sonate uitvoerde, het inspireerde hem tot het schrijven van zijn eigen Solosonate, naar het model van Bach. Op de cd speel ik de originele versie, met kwarttonen in het laatste deel.” En ook vertelt ze: “Een grote bron van inspiratie voor dit opnameproject is een buitengewoon musicus, genaamd Robert Mann: meer dan vijftig jaar lang eerste violist en oprichter van het fameuze Juilliard Quartet, componist, dirigent en docent, 96 jaar jong en nog altijd actief! Ik had het voorrecht om twee jaar lang bij hem te studeren aan de Juilliard School in New York. Bachs Sonate in C was het eerste werk dat ik voor hem speelde, en ook aan de Solosonate van Bartók heb ik talrijke intensieve lessen bij hem besteed. Mann is de allereerste violist die in de jaren ’40 de originele versie van dat werk (met kwarttonen in het laatste deel) op de lessenaar durfde te nemen, en dankzij mijn studie bij hem beschik ik over unieke, specifieke informatie “uit de eerste hand”. Ik heb dus ook de originele versie ingestudeerd en op deze cd vastgelegd. In mijn tijd in New York leerde ik ook David Fulmer kennen, die toen naast zijn compositiestudie bij Milton Babbitt vioolles had van professor Mann.”
NB: bekijk de korte Nederlandstalige trailer of de langere Engelstalige trailer

Geplaatst op

Concert Joachim Eijlander

Cellosuites van Bach live gespeeld door Joachim Eijlander bij Bruno Klassiek

Op vrijdag 26 februari 2016 om 15.30 uur verzorgde Joachim Eijlander een kort optreden in mijn CD en LP winkel in de Gierstraat. Afgelopen zomer sprak ik hem in de Haarlemse Doopsgezinde Kerk bij de opnames van zijn tweede CD met Bach Suites voor cello solo door het verfrissende nieuwe kwaliteitslabel Navis Classics. Dat was voor mij een bijzondere ervaring; niet alleen vanwege zijn in de pers terecht lovend ontvangen meer dan interessante spel, maar ook doordat hij mij boeide met het laten horen van de enorme klankverschillen tussen strijkstokken. We bespraken vervolgens dat hij, als zijn CD af zou zijn, werk daarvan in mijn winkel zou komen spelen en iets over de klankverschillen van strijkstokken zou komen vertellen en laten horen.
Vrijdag 26 februari om 15.30 uur was het zover, want het tweede en laatste deel van zijn Bach Suites was recent verschenen.
Er verscheen op zaterdag 27 februari 2016 een lovende recensie in Haarlems Dagblad.

Geplaatst op

Concert recensie Lubimov & Poprugin 15-06-2015

Op 15 juni 2015 nam BrunoTruyens van Bruno Klassiek het toegestroomde publiek mee naar een muzikale soiree in een Parijse salon a la Polignac.
Plaats van vertrek was de Doopsgezinde kerk in Haarlem. Wij togen naar Parijs, gedragen door twee schitterende vleugels van Chris Maene (Piano’s Maene): een Gaveau uit 1906 en een Pleyel uit 1926. De ervaren bespelers van de avond waren Alexei Lubimov en Slava Poprugin.
Het programma was geheel gewijd aan Igor Stravinsky en Erik Satie. De beide pianisten openden met Stravinsky’s eigen transcriptie voor twee piano’s van zijn Concerto in Es ‘Dumborton Oaks’. Dit opus werd besteld door het echtpaar Robert Woods Bliss en Mildred Barnes Bliss ter gelegenheid van hun 30ste trouwdag. Het concert is daarom vernoemd naar hun landgoed. We zaten meteen in de neo-klassieke tijd. Vooral het eerste deel heeft sterke reminiscenties aan Bach’s motoriek en zijn Brondenburgse Concerten. In het derde deel vallen vooral de tegendraadse syncopen op. Bij de uitvoering werd de clairté van beide vleugels optimaal aangesproken. In John Cage’s pianistisch bijzonder fraaie bewerking voor twee piano’s van Satie’s Socrate konden de vleugels hun volle pracht laten horen en vielen vooral de warme toon en de sonore bassen op.
Doordat in deze transcriptie de teksten van dit symfonische drama waren weggelaten, werd de muziek des te indringender. Een vleugje weemoed, sfynxachtige raadselachtigheid, geen traditionele vormen en een magisch slot.
Mij bekroop de vraag wie van beide componisten nu eigenlijk de grootste vernieuwer is geweest. Na de pauze klonk Stravinsky’s Concerto per due pianoforti, eveneens een werk uit zijn neo-klassieke periode. In dit opus wilde de componist de piano als solo-instrument ontdekken en bovendien een stuk schrijven wat hij samen met zijn zoon Soulima zou kunnen uitvoeren. Met een aanstekelijke spielfreudigkeit zetten beide pianisten een monumentale en orkestrale uitvoering neer, waarin echter geen enkel detail ondersneeuwde.
Lubimov en Poprugin zijn twee formidabele pianistische persoonlijkheden, waardoor de vleugels anders klonken als ze wisselden van instrument. En toch slaagden ze er in om elkaar in hun klank op te zoeken, zodat er eigenlijk nooit sprake was van twee vleugels, maar van één orkest met verschillende timbre’s.
Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de cd die door hen van dit repertoire zal worden gemaakt. Het slotstuk van de avond was Satie’s ‘Cinema’, in de bewerking voor piano vierhandig van Darius Milhaud. Als speciale révérence werd dit stuk op de Bechstein van de Doopsgezinde kerk gespeeld. Lubimov had de vleugel voor de gelegenheid geprepareerd a la John Cage, wat wonderwel bij deze muziek paste. Allerlei onvermoede klanken werden uit het huisinstrument getoverd: een cymbaal, pizzicati, klokken, slagwerk, enz. Door al deze vreemde geluidseffecten klonk de treurmarsachtige episode extra luguber. De ongrijpbare Satie zou dit best wel eens hogelijk hebben kunnen waarderen.
Na een ovationeel applaus kregen we als cadeautje nog een aan Diaghilev opgedragen kleine polka voor piano vierhandig van Stravinsky. We waren weer terug aan het Spaarne en de salon was weer kerk geworden. Bruno verontschuldigde zich dat de bloemen in alle consternatie kwijt waren geraakt, maar Lubimov zei gevat en terecht: “Du bist die Blume”.

(Maarten Boonstra in Pianowereld Magazine, tegenwoordig: Nieuwe Muze)

Maarten Boonstra’s review of this concert in Pianowereld reflects the memorable atmosphere. The two musicians enjoyed the evening also very much themselves, which even resulted in a dedication in the guestbook of Bruno Klassiek, who organized the concert.

Geplaatst op

Toelichting Concert Moskou Rachmaninoff Trio 10-09-2013

Programma Toelichting
Als componist zag Sergei Rachmaninoff zichzelf niet als nationalist, maar wel als voortzetter van de Russische muziektraditie die voor hem door Mikhail Glinka gevestigd was en na hem door Dmitri Shostakovich werd doorgegeven aan componisten die vandaag nog actief zijn.

De muziek die u vanavond kunt beluisteren vertelt over persoonlijke tragedies, maar getuigt tegelijkertijd ook van dit overstijgend gezamenlijk streven.

De evolutie die Tsaar Peter de Grote in de 17e eeuw met de import van West-Europese cultuur had gebracht was groot, maar beperkte zich tot de steden en de elite. Zo werd een diepe kloof geslagen met het platteland, waar, tot profijt van de adel, de middeleeuwse samenleving voortleefde. Hoe groot de tegenstellingen waren bleek toen de tsaren als kerkvorsten ook de Russisch-orthodoxe kerkzang naar de Westerse esthetiek wilden hervormen. Er ontstond een kerkscheuring. Niettemin zette men met harde hand door.

Toen Mikhail Glinka ruim een eeuw later ten tonele verscheen werd de Keizerlijke Kapel geleid door in Italië opgeleide componisten en waren de oude Russische kerkgezangen nauwelijks meer in hun originele vorm te horen. In zijn jeugd had Glinka evenwel een grote liefde voor Russische volksmuziek ontwikkeld die in zijn muziek een natuurlijke uitdrukking vond en zich zelfs niet liet inperken door zijn latere Westerse scholing. Hij sloeg hiermee een brug tussen de ‘oude’ en ‘nieuwe’ muziekcultuur in Rusland en wordt daarom gezien als de vader van de Russische muziek zoals wij die nu kennen.

“Ik herken de ware liefde slechts aan de pijn die ze veroorzaakt”, zo schreef de componist rond 1830 boven het manuscript van het Trio pathétique in d klein. Niet bekend is welke liefde Glinka in gedachten had. Het is een vroeg werk, dat geconcipieerd werd toen de componist nog niet bewust Russische elementen in zijn muziek verwerkte. Niettemin vallen lange melancholieke melodielijnen al snel op, evenals de grillige accenten in de finale. Het trio werd oorspronkelijk geschreven voor piano, klarinet en fagot. De aan het Moskous Conservatorium docerende, Tsjechische violist Jan Hrimaly (1844-1915) vervaardigde de bewerking voor pianotrio.

Hrimaly was goed bevriend met de cellist Anatoly Brandukov. Als één van de grootste cellisten van zijn generatie maakte deze zich sterk voor nieuwe Russische muziek. Zo nam hij op 31 januari 1894 deel aan de première van Sergei Rachmaninoffs Trio élégiaque opus 9. De gelegenheid was een herdenkingsconcert voor de nog geen drie maanden eerder overleden componist Pyotr Ilyich Tchaikovsky – Rachmaninoffs jeugdidool en de eerste Russische componist die in het Westen voor vol werd aangezien.

In de ruim zestig jaar die was verstreken sinds de compositie van het Trio pathétique, was Glinka doorgebroken met de eerste Russische opera ‘Een Leven voor de Tsaar’ en trachtten talrijke andere Russische componisten vruchten van de ‘oude’ Russische muziekcultuur in contact te brengen met Westerse principes. Onder invloed van het oplaaiend nationalisme in de politiek en de Slavofilie in de literatuur waren er soms stevige meningsverschillen over de vraag in hoeverre Westerse invloeden nu eigenlijk moesten worden ‘afgeschud’. De twee conservatoria in St. Petersburg en Moskou stonden elkaar daarbij danig naar het leven. Hoewel men het dispuut achteraf eerder in verband zou kunnen brengen met het debat over muziekvormen dat zijn origine in het Westen had, zorgen de brandmerken en vooroordelen uit die jaren tot op heden nog steeds voor spraakverwarringen in de Russische muziek.

Zo kon het gebeuren dat Sergei Rachmaninoff, die eigenlijk door toeval aan het conservatorium van Moskou terecht was gekomen als ‘Westers’ componist werd bestempeld, terwijl zijn bijdrage aan de integratie van ‘oude’ Russische elementen in de toen ‘nieuwe’ Russische muziek groter is dan die van menig tijdgenoot. Voor Rachmaninoff was die integratie volstrekt natuurlijk. Net als bij Glinka werd de voedingsbodem in zijn jeugd gelegd, maar Rachmaninoff werd juist door oude kerkgezangen beïnvloed: zijn grootmoeder nam haar kleinzoon regelmatig naar de mis en liet hem achteraf voor een paar kopek de gezangen op de piano naspelen.

Zelfs in Rachmaninoffs vroegste werken zijn de kenmerken van kerkgezang duidelijk waarneembaar in zijn karakteristiek melodievorming. Toen de jonge componist begin jaren 1890 in aanraking kwam met Stephan Smolensky – fervent voorvechter van de oude kerkmuziek – ontdekte Rachmaninoff de fascinatie in zichzelf. Juist in de tijd dat dit hem bewust werd ontstond het Trio élégiaque opus 9.

Omdat het trio qua opbouw geschoeid is op de leest van Tchaikovsky’s eigen Trio élégiaque valt op waar Rachmaninoff doelgericht nieuwe wegen inslaat. Het trio stond zelfs zo ver buiten de saloneske traditie, dat het met weinig begrip ontvangen werd. “Geen echte kamermuziek”, “melodie ontbreekt”, “constante herhaling van één en hetzelfde gegeven”, luidden enkele oordelen.

Die kritiek gold de radicale manier waarop de componist te werk gaat. In vergelijking met Tchaikovsky’s elegant gepolijste melodieën is het muzikale materiaal bijna arbitrair te noemen en de beleving van vorm en proporties volledig anders door de minimalistische manier waarop Rachmaninoff al in het eerste deel de muzikale elementen tergend langzaam presenteert. Met kleine middelen ontstaat een grote spanningsboog. De componist kan het luisterend oor doelbewust langs alle veranderingen leiden die het tweede thema ondergaat voor het samenbalt in een huiveringwekkende climax. Niemand zal daarbij de grote klokslag ontgaan, waarmee de piano onverbiddelijk door expositie en reprise beiert.

In het tweede deel Quasi variazione ligt de verwantschap tussen het langgerekte variatiethema en de kerkmuziek sterk voor de hand. Zeker wanneer de componist zich bedient van motieven die expliciet karakteristiek voor oude kerkgezangen zijn. De volgende bloedstollend fraaie, vrije variaties op dit thema weet Rachmaninoff opnieuw episch op te zetten. Uiteindelijk leiden ze naar een Allegro risoluto, waarin uiteengevallen bouwstenen uit het thema door de piano op een boze culminatie worden aangedreven die slechts het doodsklokthema uit het eerste deel terugbrengt.

Hoeveel impact de dood van Tchaikovsky ook op Rachmaninoff gehad heeft, het verdriet dat Dmitri Shostakovich in zijn pianotrio uitte om de dood van zijn vriend Ivan Sollertinsky was veel groter. In de zestig jaar die tussen de première van Rachmaninoffs Trio élégiaque en de compositie van Shostakovich’ pianotrio opus 67 liggen veranderde Rusland volledig. Het keizerrijk maakte plaats voor het Sovyetregime. Een groot deel van de Russische intellectuele elite week uit naar het Westen en de achterblijvers zagen hun vrijheden allengs verder ingeperkt door de dictatuur van Josef Stalin. Wat bleef waren de muzikale controverses tussen de Russische componisten over de artistieke koers, die zich nu verbonden met partij-ideologie. Westerse invloeden heetten niet langer ‘academisch’ maar ‘formalistisch’, ja zelfs staatsgevaarlijk te zijn.

In een samenleving waarin burgers in het holst van de nacht van hun bed werden gelicht om te worden terechtgesteld voor zaken waar zij nooit van gehoord hadden, moest Dmitri Shostakovich zich als vooraanstaand burger staande houden. Te veel succes werd onherroepelijk gepareerd met bedreigingen door het regime, zo wist hij inmiddels. Toch was de muziek ook toevluchtsoord voor vrijdenkers. Ivan Sollertinsky was één van hen en zijn onverschrokken houding leverde hem de geuzennaam ‘troubadour van het formalisme’ op. Shostakovich verloor met Sollertinsky daarom veel meer dan alleen zijn beste vriend. Twee citaten uit zijn brieven laten zien hoe pijnlijk hij zich daarvan bewust was.

“Ivan Ivanovich stierf op 11 februari 1944. We zullen hem nooit meer zien. Woorden schieten te kort om mijn vertwijfeling uit te drukken. Laten we hem niet vergeten en evenmin onze liefde voor hem, het geloof in zijn hoge begaafdheid en zijn volledige opoffering aan de kunst waar hij zijn hele leven aan wijdde…”

“Het verdriet dat mij overmande toen ik van de dood van Ivan Ivanovich hoorde kan ik niet in woorden vatten. Hij was mijn beste, meest waardevolle vriend. Mijn hele ontwikkeling heb ik aan hem te danken. Zonder hem te moeten leven zal zeer moeilijk voor mij zijn…”

In het pianotrio opus 67 verklankt de componist zijn wanhoop in lange verstilde passages die hij benadrukt door weglating van stemmen en registers, of met ‘bevroren’ akkoorden. In het laatste deel krijgt de muziek onmiskenbaar Joodse trekken in een heuse danse macabre die de bevroren akkoorden tenslotte terugbrengt, zodat dit trio even roerloos eindigt als het begonnen was.

Elger Niels
(musicus, publicist en bestuurslid van The Rachmaninoff Network)

The Rachmaninoff Network

Stichting The Rachmaninoff Network heeft als doel kennis over het leven en werk van Sergei Rachmaninoff te vergaren en te verspreiden. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door instandhouding van een archief, een kennersnetwerk en een publieke website in het bijzonder door de opzet en het onderhoud van een website met informatie over het leven en werk van Rachmaninoff op www.rachmaninoff.org – het domein van de voormalige, in Engeland gevestigde Rachmaninoff Society. Daarnaast kan de stichting andere activiteiten initiëren of ondersteunen, zoals publicaties, presentaties, masterclasses en concerten.

The Rachmaninoff Network is een erkende algemeen nut beogende instelling (ANBI) dit wil zeggen dat donaties fiscaal aftrekbaar kunnen zijn volgens de regels van het Nederlands belastingrecht.

Geplaatst op

Concert Moskou Rachmaninoff Trio

Concert in Amsterdamse Amstelkerk

Moskou Rachmaninov Trio

Plaats:                      Amstelkerk, Amstelveld 10, 1017 JD Amsterdam
Datum:                     dinsdag 10 september 2013
Aanvang concert:  20.15 uur
Zaal open:               19.30 uur

Moskou Rachmaninoff Trio
Natalia Savinova, cello
Mikhail Tsinman, violin
Victor Yampolsky, piano

Programma:
Glinka –  Trio Pathétique in d
Sjostakovitsj –  Piano Trio No. 2 in e op. 67
Rachmaninoff – Trio élégiaque in d op. 9

Omschrijving:
Het Moskou Rachmaninoff Trio debuteerde in 1994 in de concertzaal van de vermaarde Gnessin Muziekacademie in Moskou. Sindsdien heeft het ensemble opgetreden op vele vooraanstaande Russische podia, maar ook in Parijs, Genève, Tokio, Bern en New York. Bij Hyperion verschenen cd-opnamen met werken van onder anderen Tsjaikovski, Glinka, Gretsjaninov en natuurlijk Rachmaninoff. Bij Tudor verscheen een CD met de werken voor pianotrio van Sjostakovitsj. De leden van het Moskou Rachmaninoff Trio studeerden aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou en zijn prijswinnaars van diverse concoursen.

Klik hier voor de programmatoelichting

 

Geplaatst op

Concert recensie Jerusalem Quartet 14-04-2012

Jerusalem String Quartet bovenop de Olympus

Concert: Bruno Klassiek presenteert: Jerusalem String Quartet.
Werken van Beethoven, Shostakovich, Debussy.
Gehoord: 14/4/2012, Doopsgezinde Kerk, Haarlem.

beoordeling: *****

Door Wenneke Savenije

‘Muziek is van een hogere orde dan alle wijsheid en filosofie’, verklaarde Beethoven: ‘Het is de wijn van een nieuw soort rank en ik ben Bacchus, die deze heerlijke wijn uitperst voor de mensen tot ze dronken zijn van de geest.’ De muzikale beneveling die Beethoven voor ogen stond zou je kunnen omschrijven als wijn voor de ziel, het thema dat op dit moment centraal staat in de Maand van de Filosofie.

Maar ‘ziel’ laat zich al even moeilijk omschrijven als het begrip ‘muzikaliteit’, zoals Bruno Truyens, de eigenaar van de leukste platenzaak in Nederland en organisator van een bijzondere concertserie in de Doopsgezinde Kerk in Haarlem, terecht opmerkte, terwijl hij het Jerusalem String Quartet bij zijn publiek introduceerde. ‘En toch is één ding zeker’, zo verklaarde Truyens: ‘het Jerusalem Quartet heeft die muzikaliteit in huis.’ Aan het eind van het concert zal niemand er meer aan getwijfeld hebben dat het strijkkwartet óók die andere niet te omschrijven topkwaliteit in huis heeft: ziel, bezieling, de muziekwijn van Beethoven, ambachtelijk gekweekt, diepzinnig en verfijnd tot in de kleinste nuances.

De musici leerden elkaar kennen op de Academy for Music and Dance in Jerusalem, maar er stroomt onmiskenbaar Russisch bloed door de aderen van het kwartet. Merendeels opgegroeid in kringen van Russisch-joodse immigranten, spelen alle leden met een robuuste en warmbloedige toon, een bijna volmaakte instrumentale beheersing en hoofse toewijding.

Dat leverde een klassiek uitgebalanceerde maar emotioneel explosieve uitvoering op van het openingsdeel van Beethovens Strijkkwartet nr. 2 in G, opus 18 nr. 2, waarbij de helderheid van stemvoeringen en fraseringen minstens even indrukwekkend was als de onstuimige vaart en spontaniteit waarmee aan alle noten een emotionele lading en specifieke klankkleur werd verleend. Ingetogen, spatzuiver en sereen klonk het Adagio, gevolgd door een vitaal Scherzo en een geanimeerd Allegro, waarin het Jerusalem Quartet klonk als één enkel instrument.

Ook het indrukwekkende Strijkkwartet nr. 14 in Fis, opus 142 van Shostakovich kreeg een ijzersterke vertolking, die enerzijds recht deed aan de manische motoriek van de muziek en anderzijds in een regenboog van instrumentale kleurschakeringen ook diepgang en nuance verleende aan de diabolische reikwijdte van het aangrijpende stuk. Markant en expressief klonken de afzonderlijke solostemmen in het openingsdeel, waarna het Andante zich onrustig voortbewoog tussen intiem gebed en apocalyptische wanhoopskreet. Dankzij het organische samenspel van het kwartet werden de noten van Shostakovich in de voortrazende Finale gesublimeerd tot een kolkende klankrivier van vloeibaar goud.

Kwam het Jerusalem String Quartet met Beethoven en Shostakovich al heel dicht in de buurt van het muzikale niveau van topkwartetten als wijlen het Amadeus of het Juilliard, met hun verfijnde, elegante en dynamische uitvoering van Debussy’s Strijkkwartet in g, op. 10  belandden ook primarius Alexander Pavlovsky, tweede violist Sergei Bresler, altviolist Ori Kam en cellist Kyril Zlotnikov al spelend bovenop de Olympus. Zelden klinkt dit bruisende strijkkwartet zo levendig en gedecideerd, zo vitaal en kleurrijk, zo sfeervol en ‘bezield.’

Als lofzang op de fraaie akoestiek van de Haarlemse Doopsgezinde Kerk, waarin het Jerusalem String Quartet in 2003 zijn eerste Haydn-cd opnam, klonk nog een kristalhelder deel uit Haydns Strijkkwartet in f, op. 20 nr. 5 bij wijze van toegift.

Geplaatst op

Concert Jerusalem Quartet

Concert Jerusalem String Quartet
zaterdag 14 april 2012 20.15 uur
Doopsgezinde Kerk, Frankestraat 24 Haarlem
Jerusalem Quartet

het Jerusalem String Quartet: Alexander Pavlovsky, Sergei Bresler, Ori Kam en Kyril Zlotnikov

“The Jerusalem is one of the most exciting string quartets to emerge for many years, its members’ outstanding technical accomplishment and musical insight belying their youth. […] what distinguishes this particular quartet is its sense of refinement and natural feeling for line, coupled with a fever-pitch intensity and commitment to the music. Musical electricity may be unfathomable, but one thing is for sure – they have it.” (The Strad, Jun 26 2009)

“These artists aren’t stratified. Bowing varies from precise attack to breathy delicacy; and lines are supple, contoured through flexure of phrase and the easing or tightening of pace without ever disrupting pulse. Sound and balance throughout is realistic.” (Gramophone, May 2011)

Programma:
Ludwig Van Beethoven – Strijkkwartet op.18, nr.2
Claude Debussy – Strijkkwartet in g, op.10
Dmitri Shostakovich – Strijkkwartet nr.14, op.142

 


Concert Recensie:

Jerusalem String Quartet bovenop de Olympus

Concert: Bruno Klassiek presenteert: Jerusalem String Quartet.
Werken van Beethoven, Shostakovich, Debussy.
Gehoord: 14/4/2012, Doopsgezinde Kerk, Haarlem.

‘Muziek is van een hogere orde dan alle wijsheid en filosofie’, verklaarde Beethoven: ‘Het is de wijn van een nieuw soort rank en ik ben Bacchus, die deze heerlijke wijn uitperst voor de mensen tot ze dronken zijn van de geest.’ De muzikale beneveling die Beethoven voor ogen stond zou je kunnen omschrijven als wijn voor de ziel, het thema dat op dit moment centraal staat in de Maand van de Filosofie.

Maar ‘ziel’ laat zich al even moeilijk omschrijven als het begrip ‘muzikaliteit’, zoals Bruno Truyens, de eigenaar van de leukste platenzaak in Nederland en organisator van een bijzondere concertserie in de Doopsgezinde Kerk in Haarlem, terecht opmerkte, terwijl hij het Jerusalem String Quartet bij zijn publiek introduceerde. ‘En toch is één ding zeker’, zo verklaarde Truyens: ‘het Jerusalem Quartet heeft die muzikaliteit in huis.’ Aan het eind van het concert zal niemand er meer aan getwijfeld hebben dat het strijkkwartet óók die andere niet te omschrijven topkwaliteit in huis heeft: ziel, bezieling, de muziekwijn van Beethoven, ambachtelijk gekweekt, diepzinnig en verfijnd tot in de kleinste nuances.

De musici leerden elkaar kennen op de Academy for Music and Dance in Jerusalem, maar er stroomt onmiskenbaar Russisch bloed door de aderen van het kwartet. Merendeels opgegroeid in kringen van Russisch-joodse immigranten, spelen alle leden met een robuuste en warmbloedige toon, een bijna volmaakte instrumentale beheersing en hoofse toewijding.

Dat leverde een klassiek uitgebalanceerde maar emotioneel explosieve uitvoering op van het openingsdeel van Beethovens Strijkkwartet nr. 2 in G, opus 18 nr. 2, waarbij de helderheid van stemvoeringen en fraseringen minstens even indrukwekkend was als de onstuimige vaart en spontaniteit waarmee aan alle noten een emotionele lading en specifieke klankkleur werd verleend. Ingetogen, spatzuiver en sereen klonk het Adagio, gevolgd door een vitaal Scherzo en een geanimeerd Allegro, waarin het Jerusalem Quartet klonk als één enkel instrument.

Ook het indrukwekkende Strijkkwartet nr. 14 in Fis, opus 142 van Shostakovich kreeg een ijzersterke vertolking, die enerzijds recht deed aan de manische motoriek van de muziek en anderzijds in een regenboog van instrumentale kleurschakeringen ook diepgang en nuance verleende aan de diabolische reikwijdte van het aangrijpende stuk. Markant en expressief klonken de afzonderlijke solostemmen in het openingsdeel, waarna het Andante zich onrustig voortbewoog tussen intiem gebed en apocalyptische wanhoopskreet. Dankzij het organische samenspel van het kwartet werden de noten van Shostakovich in de voortrazende Finale gesublimeerd tot een kolkende klankrivier van vloeibaar goud.

Kwam het Jerusalem String Quartet met Beethoven en Shostakovich al heel dicht in de buurt van het muzikale niveau van topkwartetten als wijlen het Amadeus of het Juilliard, met hun verfijnde, elegante en dynamische uitvoering van Debussy’s Strijkkwartet in g, op. 10  belandden ook primarius Alexander Pavlovsky, tweede violist Sergei Bresler, altviolist Ori Kam en cellist Kyril Zlotnikov al spelend bovenop de Olympus. Zelden klinkt dit bruisende strijkkwartet zo levendig en gedecideerd, zo vitaal en kleurrijk, zo sfeervol en ‘bezield.’

Als lofzang op de fraaie akoestiek van de Haarlemse Doopsgezinde Kerk, waarin het Jerusalem String Quartet in 2003 zijn eerste Haydn-cd opnam, klonk nog een kristalhelder deel uit Haydns Strijkkwartet in f, op. 20 nr. 5 bij wijze van toegift.

Wenneke Savenije