Het publiek werd getrakteerd op verrassend repertoire, soms in ongewone formaties. Zo stortten saxofonist Arno Bornkamp en pianist Ivo Janssen zich op een weinig gespeeld werk van Fauré en accordeonist Vincent van Amsterdam speelde delen van de Goldberg Variaties. Charlotte Riedijk zong onder begeleiding van pianist Slava Poprugin liederen van Alma Mahler. Daarnaast begeleidde Poprugin ook cellist Joachim Eijlander in de Cellosonate van Debussy. Alleskunner Olga Pashchenko (piano, fortepiano, klavecimbel en orgel) speelde Dussek op een door Bart Houtgraaf gerestaureerde tafelpiano uit 1830. Tatiana Koleva speelde ondermeer een eigen compositie, waarbij de toetsen van de marimba werden aangestreken. Het complete programma, dat 30 september 2019 plaatsvond, vindt u hieronder.
Volledig programma 30 september:
Johann Sebastian Bach (1685-1750), selectie uit de Goldberg Variaties (1741)
Vincent van Amsterdam (accordeon)
Alfredo Piatti (1822-1901), Caprice no. 6 voor solo cello
Joachim Eijlander (cello)
Alma Mahler (1879-1964), Fünf Lieder
Charlotte Riedijk (sopraan) & Slava Poprugin (piano)
Jan Ladislav Dussek (1760-1812), Sonata in fis mineur, Op.61, Élégie Harmonique sur la mort de son Altesse Royale le Prince Louis Ferdinand de Prusse
Olga Pashchenko, (Broadwood tafelpiano 1830, gerestaureerd door Bart Houtgraaf)
PAUZE
Gabriel Fauré (1845-1924), Elégie opus 24 voor cello en piano (1878)
in een bewerking voor baritonsaxofoon en piano André Jolivet (1905-1974), Fantaisie-Impromptu (1953) voor altsaxofoon en piano
Arno Bornkamp (bariton- en altsaxofoon) en Ivo Janssen (piano)
Peter Klatzow (*1945), Dances of earth and fire Tatiana Koleva, Way home
Tatiana Koleva, marimba
Claude Debussy (1862-1918), Cello sonate (1915)
Slava Poprugin (piano) & Joachim Eijlander (cello)
Igor Stravinsky (1882-1971), Piano-Rag-Music (1919)
Slava Poprugin (piano)
Twee kleine voorproefjes:
Slava Poprugin verkent de Bechstein uit 1898 bij Andriessen Piano’s een paar dagen vóór zijn Scriabinrecital in Haarlem op 11 maart 2017
Tatiana Koleva in ‘Way home’ bij ‘Vrije geluiden’ van de VPRO
Slava Poprugin speelt Scriabin, “De muzikale ontwikkeling van Alexander Scriabin, van Chopinesque tot visionair”
Tijdstip: zaterdag 11 maart 2017, 20.00 uur (deur open v.a. 19.30 uur)
Locatie: Doopsgezinde kerk “De Grote Vermaning“, Frankestraat 24, 2011 HV Haarlem
Programma van Chopinesque tot visionair Het programma biedt een uniek chronologisch overzicht van de muzikale ontwikkeling die de Russische componist Alexander Scriabin (1872-1915) doormaakte in zijn relatief korte leven. Aanvankelijk sterk beïnvloed door de sentimentele stijl van Chopin en ook Tchaikovsky ontwikkelde hij steeds meer zijn eigen mystieke stijl. Scriabin bezat een bijzondere verstandelijke gave: hij nam bij het horen of bedenken van tonen en toonsoorten specifieke kleuren waar. Deze gave heet synesthesie; het komt door een vermenging van zintuiglijke prikkels. Scriabins klankideaal en werk raakte steeds meer beïnvloed door dit fenomeen. Het programma bestaat daarom uit zeven blokken, die de zeven dagen van zijn visionaire onvoltooid nagelaten werk `Mysterium´ symboliseren. Voor een overzicht van de te spelen werken kijkt u hieronder bij Programma details.
Live bij Bruno Klassiek in de winkel ‘Noten kraken met Sarah Kapustin’.
Vertelconcert n.a.v haar nieuwe CD “Point Counter Point” met muziek van Bach, Bartók en Fulmer voor solo viool.
Sarah Kapustin
Op vrijdag 7 oktober 2016 om 13.00 uur verzorgt de Nederlands-Amerikaanse violiste Sarah Kapustin een kort optreden in mijn CD en LP winkel in de Gierstraat te Haarlem met de titel noten kraken met Sarah Kapustin.
Die dag verschijnt het eerste soloalbum “Point Counter Point” van de vrouw die acht jaar lang eerste violiste was van het wereldwijd succesvolle Rubens Quartet.
Onder de titel “Noten kraken met Sarah” komt zij bij Bruno Klassiek in Haarlem langs om repertoire van haar CD te spelen, maar vooral ook om over de muziek ervan te vertellen; een vertelconcertje dus.
“Mijn ervaring is dat het veel fijner is om naar muziek te luisteren als je die enigszins kunt doorgronden. Op de cd speel ik vier melodieën tegelijkertijd, dat heet contrapunt. Je zou kunnen zeggen dat ik in m’n eentje een compleet strijkkwartet vorm. Dat is jongleren, je zou het haast acrobatisch kunnen noemen.”, aldus Sarah.
Haar originele aanpak op die middag, het ‘noten kraken’, beschrijft Kapustin ondermeer als volgt: “Ik laat de verschillende stemmen horen, één voor één, stukje voor stukje. De muziek wordt ontleed, uitgekleed. We gaan het hebben over structuur, tempo, harmonie, maar er zullen ook mooie verhalen de revue passeren.” De cd Point Counter Point bevat drie meerstemmige meesterwerken uit drie verschillende eeuwen en landen: de Sonate in C-groot voor solo viool, BWV 1005 van Johann Sebastian Bach, de Sonate voor solo viool van Béla Bartók en een nieuw werk van de jonge Amerikaanse componist David Fulmer: Sirens.
In de woorden van Sarah Kapustin: “De sonates van Bach en Bartók zijn voor mij als uitvoerder niet alleen twee persoonlijke favorieten, ze behoren tot de meest ingenieus polyfone werken ooit voor viool geschreven, en hebben veel gemeen. Bartók woonde een concert bij waarin Yehudi Menuhin deze Bach-sonate uitvoerde, het inspireerde hem tot het schrijven van zijn eigen Solosonate, naar het model van Bach. Op de cd speel ik de originele versie, met kwarttonen in het laatste deel.” En ook vertelt ze: “Een grote bron van inspiratie voor dit opnameproject is een buitengewoon musicus, genaamd Robert Mann: meer dan vijftig jaar lang eerste violist en oprichter van het fameuze Juilliard Quartet, componist, dirigent en docent, 96 jaar jong en nog altijd actief! Ik had het voorrecht om twee jaar lang bij hem te studeren aan de Juilliard School in New York. Bachs Sonate in C was het eerste werk dat ik voor hem speelde, en ook aan de Solosonate van Bartók heb ik talrijke intensieve lessen bij hem besteed. Mann is de allereerste violist die in de jaren ’40 de originele versie van dat werk (met kwarttonen in het laatste deel) op de lessenaar durfde te nemen, en dankzij mijn studie bij hem beschik ik over unieke, specifieke informatie “uit de eerste hand”. Ik heb dus ook de originele versie ingestudeerd en op deze cd vastgelegd. In mijn tijd in New York leerde ik ook David Fulmer kennen, die toen naast zijn compositiestudie bij Milton Babbitt vioolles had van professor Mann.” NB: bekijk de korte Nederlandstalige trailer of de langere Engelstalige trailer
Cellosuites van Bach live gespeeld door Joachim Eijlander bij Bruno Klassiek
Op vrijdag 26 februari 2016 om 15.30 uur verzorgde Joachim Eijlander een kort optreden in mijn CD en LP winkel in de Gierstraat. Afgelopen zomer sprak ik hem in de Haarlemse Doopsgezinde Kerk bij de opnames van zijn tweede CD met Bach Suites voor cello solo door het verfrissende nieuwe kwaliteitslabel Navis Classics. Dat was voor mij een bijzondere ervaring; niet alleen vanwege zijn in de pers terecht lovend ontvangen meer dan interessante spel, maar ook doordat hij mij boeide met het laten horen van de enorme klankverschillen tussen strijkstokken. We bespraken vervolgens dat hij, als zijn CD af zou zijn, werk daarvan in mijn winkel zou komen spelen en iets over de klankverschillen van strijkstokken zou komen vertellen en laten horen.
Vrijdag 26 februari om 15.30 uur was het zover, want het tweede en laatste deel van zijn Bach Suites was recent verschenen.
Er verscheen op zaterdag 27 februari 2016 een lovende recensie in Haarlems Dagblad.
Moskou Rachmaninoff Trio
Natalia Savinova, cello
Mikhail Tsinman, violin
Victor Yampolsky, piano
Programma:
Glinka – Trio Pathétique in d
Sjostakovitsj – Piano Trio No. 2 in e op. 67
Rachmaninoff – Trio élégiaque in d op. 9
Omschrijving:
Het Moskou Rachmaninoff Trio debuteerde in 1994 in de concertzaal van de vermaarde Gnessin Muziekacademie in Moskou. Sindsdien heeft het ensemble opgetreden op vele vooraanstaande Russische podia, maar ook in Parijs, Genève, Tokio, Bern en New York. Bij Hyperion verschenen cd-opnamen met werken van onder anderen Tsjaikovski, Glinka, Gretsjaninov en natuurlijk Rachmaninoff. Bij Tudor verscheen een CD met de werken voor pianotrio van Sjostakovitsj. De leden van het Moskou Rachmaninoff Trio studeerden aan het Tsjaikovski Conservatorium in Moskou en zijn prijswinnaars van diverse concoursen.
Viktoria Mullova bespeelde haar G.B. Guadagnini barokviool uit 1750 met een barokstok van Walter Barbiero. Mullova’s overstap een jaar of tien geleden, naar de barokviool trok internationaal veel aandacht.
Kristian Bezuidenhout zou aanvankelijk een kopie naar een fortepiano van Conrad Graf uit 1825 bespelen. Een fortepiano die in 1989 is gebouwd door Rodney Regier en vervolgens in 2002 is gemodificeerd door Edwin Beunk en Johan Wennink. Deze fortepiano is ondermeer gebruikt voor de Mendelssohn-opname van Bezuidenhout.
Maar op de avond zelf bleek de eerder voor veelvuldige opnamen en concerten gebruikte originele Lagrassa uit ca.1815 beschikbaar, eveneens uit de collectie Beunk.
Enkele perscitaten over Viktoria Mullova:
‘Not only an astonishing violinist and probingly individual musician but an unsurpassed communicator.’ (Daily Telegraph)
‘Even today there appear to be few star violinists prepared to give gut strings and a ‘period’ approach a try. Viktoria Mullova has not only been doing this for years, but also shows a profoundly un-diva-ish appreciation of the way the violin and the piano changes in these sonatas.’ (BBC Music Magazine)
‘Among mainstream big-name violin soloists, Viktoria Mullova is rare in her enthusiasm for period style and historical practice.’ (Hugh Canning, The Sunday Times)
‘Bij Mullova, die na haar ouderwets-klassieke scholing haar voordeel heeft gedaan met de inzichten uit de historische muziekpraktijk, hoor je nog de Russische bereidheid om – binnen de grenzen van dat nieuwe stijlbesef – tot het uiterste te gaan.’ (Fritz van der Waa, Volkskrant)
Klik op de pijl hieronder voor een video van Viktoria Mullova die tijdens een galaconcert op 9 oktober 2009 in de Nikolaikirche in Leipzig de Ciaconna van Bach uit de Partita nr.2 BWV1004 op haar barokviool speelde. Met het concert werd herdacht dat precies twintig jaar eerder de vreedzame revolutie tegen het DDR-regime begon met een concert in diezelfde Nikolaikirche begon.
Enkele perscitaten over Kristian Bezuidenhout:
“Kristian Bezuidenhout is een fenomeen. Hij speelt pianoforte met de puurheid van een kind en de muzikale intelligentie van een genie… Hij vertelt zijn muzikale verhaal met zoveel spontane overgave, toewijding en fantasie, dat zelfs de grootste tegenstander van de pianoforte aan zijn lippen hangt.” (NRC Handelsblad)
“Lavish; ruminative; remarkably free…with free-wheeling ornamentation: superb.” (New York Times)
“Bezuidenhout played with vigor, variety and color: extraordinary…and immensely expressive.” (Boston Globe)
“Bezuidenhout is a joy to hear and thrilling to watch…every note he played was lovingly produced, and one suspects we’ll be hearing much more from him.”
(Democrat & Chronicle)
Programma
Ludwig van Beethoven (1770-1827)
Sonate voor piano en vioolnr. 4 in a, op. 23
– Presto
– Andante scherzoso, più allegretto
– Allegro molto
Sonate voor piano en viool nr. 3 in Es, op. 12 nr. 3
– Allegro con spirito
– Adagio con molt’espressione
– Rondo: Allegro molto
Pauze
Sonate voor piano en vioolnr. 9 in A, op. 47, “Kreutzer”
– Adagio sostenuto – Presto – Adagio
– Andante con variazioni
– Finale: Presto
Toelichting:
Sonate voor piano en viool nr. 3 in Es, op. 12 nr. 3
Het lijkt zo eenvoudig: een vioolsonate is een sonate voor viool, begeleid door een toetsinstrument. Toen Beethoven in de jaren 1797-98 zijn drie aan Antonio Salieri opgedragen Sonates opus 12 componeerde, stonden de zaken er echter nog heel anders voor. Ruim dertig jaar eerder had Mozart zijn eerste sonates voor de combinatie van toetsinstrument en viool voorzien van de titel Sonates pour le clavecin qui peuvent se jouer avec l’accompagnement de violon. Met andere woorden, de sonates konden zonder probleem op klavecimbel alleen worden gespeeld – begeleiding door de viool was optioneel. Beethoven schaarde zich in de traditie van de pianosonate met vioolbegeleiding, maar de aanduiding Drei Sonaten für das Cembalo oder Fortepiano mit einer Violine duidt er al op dat in de Sonates opus 12 de viool niet zonder meer weggelaten kon worden.
De derde Sonate van Beethovens opus 12 is licht en vrolijk, ja zelfs uitgelaten van toon. Het eerste deel, allegro con spirito, opent met pianoarpeggio’s, waarna de viool het tweede thema introduceert. Het is echter de piano die met zijn virtuoze partij dit deel overheerst. Ook in het tweede deel, het expressieve en melodieuze adagio, neemt de piano het voortouw. Dit prachtige deel lijkt met zijn combinatie van innige lyriek en diepzinnigheid vooruit te wijzen naar Beethovens latere composities en naar de romantiek. In het afsluitende rondo, allegro molto, waarin de thema’s voortdurend uitgewisseld worden tussen de beide instrumenten, wanen we ons echter weer in de wereld van Mozart en Haydn.
Sonate voor piano en viool nr. 4 in a, op. 23
Beethoven schreef zijn vierde en vijfde sonates voor piano en viool allebei in de periode 1800-01 en het lijkt oorspronkelijk de bedoeling van de componist te zijn geweest de beide werken als één opus uit te laten geven. Maar door een vergissing van de drukker werden de vioolpartijen van de twee sonates in verschillende formaten gedrukt, wat een gecombineerde uitgave onmogelijk maakte. De vierde sonate kennen we nu derhalve als opus 23, de vijfde als opus 24. Vergeleken bij opus 24, de beroemde Frühlingssonate, is opus 23 een betrekkelijk onbekend werk. Het contrast met de zonnige lyriek van opus 24 is treffend en het is waarschijnlijk te wijten aan de grimmige mineurstemming van opus 23 dat deze sonate een beetje kan worden gezien als het zwarte schaap onder zijn genregenoten in Beethovens oeuvre.
De sonate opent met een snel deel, presto, in voor een openingsdeel ongebruikelijke zes-achtste maat. De onrustige mineurstemming wordt nog verhevigd door het feit dat Beethoven afziet van een contrasterend tweede thema in majeur: in plaats daarvan wordt er gemoduleerd van a klein naar e klein. Het deel is opgebouwd uit fragmenten waarin vooral het contrast tussen staccato motieven en een lyrischer, melancholiek thema een rol speelt. Tegen het einde, wanneer we de recapitulatie van het hoofdthema verwachten, breekt Beethoven met de conventies door plotseling een geheel nieuwe melodie te introduceren, alvorens terug te keren tot het materiaal uit de openingsmaten. Het deel eindigt met een aantal mineurakkoorden, waaruit alle energie lijkt weg te stromen. Het tweede deel, andante scherzoso, più allegretto, is eveneens ongewoon. Het hortende openingmotief transformeert al gauw tot het gedecideerd klinkende subject van een driestemmige fuga, en we zouden even in de veronderstelling kunnen verkeren dat we een thema met variaties te horen krijgen. Maar nee, Beethoven introduceert nieuwe thema’s en, ondanks de op het eerste gehoor rapsodische opzet van dit deel, blijkt het zich in grote lijnen naar de klassieke sonatevorm te voegen. Het derde deel, allegro molto, grijpt terug op de gemoedsgesteldheid van het eerste deel. In dit rondo, met zijn aaneenschakeling van contrasterende thema’s, moduleert Beethoven er echter lustig op los naar majeurtoonsoorten. Het deel is opgebouwd als een rondo, met de vorm ABACADABCDA. Het A-thema wordt gedomineerd door toonladders en het D-thema zou ontleend kunnen zijn aan dat van de finale van Mozarts Jupitersymfonie (nr. 41), waaraan het sterk doet denken. Evenals het eerste deel eindigt de finale met enkele krachteloze akkoorden, alsof de muziek is moegestreden – een schril contrast met de trionfantelijke slotmaten waarmee de meeste sonates eindigen.
Sonate voor piano en viool nr. 9 in A, op. 47, “Kreutzer”
In 1803 vond de première van Beethovens Opus 47 plaats. Het was zijn negende sonate voor viool en piano. De componist verkeerde inmiddels – al was hij zich daar zelf natuurlijk niet van bewust – in wat musicologen later zouden aanduiden als zijn “middenperiode”, die duurde van 1803 tot 1814. Hoewel Opus 23 en Opus 47 slechts twee jaar na elkaar tot stand kwamen, is het verschil tussen de beide sonates illustratief voor de snelle ontwikkeling die Beethoven – en in zijn kielzog de Europese muziek – in deze jaren doormaakte.
Van Beethovens tien vioolsonates is dit verreweg de beroemdste, maar zijn bijnaam, “Kreutzersonate”, is uiteindelijk wellicht nog beroemder geworden dan de sonate zelf. Er zullen maar weinig composities zijn die hun naam via een roman hebben overgedragen op een andere compositie, maar dit is precies wat er gebeurd is in het geval van de “Kreutzersonate”. Beethovens compositie vervult een sleutelrol in de gelijknamige roman van Lev Tolstoy, die op zijn beurt de inspiratie vormde voor Leos Janáčeks Eerste Strijkkwartet uit 1923, die we derhalve ook als “Kreutzersonate” kennen. Toch had de geschiedenis maar een kleine wending minder hoeven maken of we hadden deze sonate gekend als de “Bridgetowersonate” of zelfs, indien Beethovens oorspronkelijke en naar huidige maatstaven niet bijzonder politiek-correcte benaming ingang zou hebben gevonden, als de “Mulattensonate”.
George Augustus Polgreen Bridgetower (1778/80-1860) was een Afro-Poolse violist die een groot deel van zijn leven in Engeland doorbracht. Zijn vader beweerde van koninklijken Afrikaansen bloede te zijn, maar was waarschijnlijk afkomstig van Barbados, en in dienst gekomen van Haydns broodheer, prins Esterházy. Zijn moeder was een Zwabische. George getuigde al op jonge leeftijd van een uitzonderlijk violistisch talent en gaf concerten in onder meer Parijs en Londen, waar in 1791 de prins-regent (de latere koning George IV) zijn beschermheer werd en hem in staat stelde zijn studie voort te zetten. Na een bezoek aan zijn moeder in Dresden in 1802 deed hij Wenen aan, waar hij Beethoven leerde kennen en met hem optrad. Bridgetower maakte zo’n indruk op de componist, dat deze zijn Opus 47 aan hem opdroeg. Naar verluidt voorzag de componist de sonate van de naam Sonata mulattica composta per il mulatto Brischdauer, gran pazzo e compositore mulattico (Mulattensonate, gecomponeerd voor de mulat Brischdauer [=Bridgetower], grote dwaas en mulattencomponist).
De première vond plaats op 24 mei 1803 in het Augarten Theater. De inkt was nauwelijks droog en Bridgetower moest zijn partij deels over de schouder van de componist meekijkend van blad spelen. Daarbij maakte hij enkele aanpassingen in zijn partij, die Beethoven enthousiast overnam en in de definitieve versie van de sonate opnam. Kort hierna kregen de beide musici echter ruzie, nadat Bridgetower een dame had beledigd die tot Beethovens vriendenkring bleek te behoren. Uit woede verbrak de componist het contact met Bridgetower en droeg zijn sonate op aan de gevierde violist Rodolphe Kreutzer (1766-1831). Deze weigerde echter de sonate te spelen, omdat zij reeds gespeeld was, en bovendien onspeelbaar en onbegrijpelijk zou zijn. Wanneer we Opus 47 vergelijken met de sonates die Beethoven slechts enkele jaren eerder componeerde is zijn oordeel misschien niet eens zo verbazingwekkend. Ironisch genoeg kennen we nu Kreutzers naam dus vooral nog dankzij een werk dat hij nooit heeft uitgevoerd.
De inleiding tot het eerste deel, adagio sostenuto, laat meteen geen enkele twijfel bestaan over de prominente rol van de viool in deze sonate. De violist intoneert, onbegeleid, enkele majeurakkoorden en even zouden we kunnen denken dat er een prelude voor viool solo van Bach begint. Dan beantwoordt de piano de openingsmaten van de viool, en binnen twee akkoorden slaat de stemming om naar mineur en naar een onmiskenbaar romantische klankwereld. Het is verbluffend hoeveel spanning Beethoven met deze opeenvolging van akkoorden weet te creëren. Na dit inleidende adagio barst dan plotseling het presto los. Een furieus en opzwepend deel met hoogstvirtuoze partijen voor zowel de viool en de piano. Dit is duidelijk de stilo molto concertato waarvan Beethoven gewag maakt op de titelpagina. Het contrast met het tweede deel, andante con variazioni, zou nauwelijks groter kunnen zijn. Een vredige melodie in F groot brengt een weldadige rust na het geweld van het eerste deel. Deze melodie blijkt de basis voor vijf variaties. In de eerste twee zijn respectievelijk de piano en de viool dominant en wordt het thema beetje bij beetje verlevendigd en opgesierd. De derde variatie staat in mineur en is doordrenkt van weemoed, maar in de vierde keert de zorgeloze, speelse stemming van de eerdere variaties terug. De vijfde variatie is het langst en bevat de mooiste maten van dit deel. Geen virtuoze uitsmijter, zoals we misschien zouden verwachten als bekroning van een serie variaties, maar een innige dialoog die allengs lijkt op te lossen in het niets. Een zwaar akkoord kondigt vervolgens het derde deel, presto, aan. Dit deel is een tarantella in zesachtste maat, die Beethoven aanvankelijk had gecomponeerd voor een eerdere sonate in A groot, namelijk Opus 30 nr. 1. Deze wilde dans met zijn demonische connotaties vormt echter een ideale finale van deze virtuoze en in meerdere opzichten tot de verbeelding sprekende sonate en besluit het werk op triomfantelijke wijze.
Programma bestaat uit (afwisselend en ter vergelijking): J.S. Bach, enkele preludes en fuga’s uit Das wohltemperierte Klavier op klavecimbel Dmitri Shostakovich, delen uit Preludes en fuga’s op.87 voor piano
Dit concert heeft op 1 oktober 2011 plaatsgevonden.
Klik hier voor de programma toelichting
Klik hier voor enkele quotes uit de recensie van Biëlla Luttmer in De Volkskrant
‘Ook al hebben maar weinig mensen van hem gehoord, van alle nu levende pianisten staat hij misschien wel het dichtst bij de zon.‘
(Wenneke Savenije over Lubimov in een recensie n.a.v. een Schubert en Beethoven programma georganiseerd door Bruno Klassiek)
Extra jubileumconcert Lubimov & Grotz heeft op 14 juli 2011 plaatsgevonden
Ik was blij en zeer vereerd dat Alexei Lubimoven Alexei Grotz samen bereid waren een Schubert-avond voor vierhandig piano te verzorgen op mijn verjaardag op 14 juli. Omdat ik op die dag 50 werd en ik dat graag wilde vieren met dit extra concert in de Doopsgezinde Kerk, bood ik een speciale jubileumkorting van 50% op de normale toegangsprijs. In plaats van € 30,- betaalde men slechts €15,- per kaart.
Schubert quatre mains op fortepiano uit collectie Beunk
Er werd door Lubimov en Grotz gespeeld op een originele Weense fortepiano van Conrad Graf uit ca.1835. Dit instrument is afkomstig uit de beroemde collectie van Edwin Beunk. De gespeelde werken van Franz Schubert zijn voor het merendeel geschreven voor vierhandig piano. Maar er werden ook enkele solo pianowerken van Schubert gespeeld.
Het programma was:
Franz Peter Xeraph Schubert 1797-1828
– Marche caractéristique nr.1 in C, D968b (voorheen D886), op.121
– Rondo in D, D608, op.posth.138
– Klavierstück in c , D916C (Allegro all’ungherese, 1827, fragment gecompleteerd door Jörg Demus (piano solo-Lubimov)
– Allegro in a “Lebensstürme”, D947, op.posth.144
– Grand Rondeau in A, D951, op.107
– Ländler, Kontratänze und Deutsche Tänze, uit verschillende opp. (piano solo-Grotz)
– Divertissement à la Hongroise in g, D818, op.54
Wie boven de vijftig is kan zich vast nog herinneren hoe er op televisieloze zondagen en andere hoogtijdagen in familiekring quatre mains werden gespeeld door kibbelende ouders, enthousiaste ooms en tantes of chagrijnige broers en zussen. Het was een knusse huiselijke bezigheid voor pianospelende lieden uit de burgerlijke kringen, die meestal het niveau van Marlieske in Dromenland van Folk Dean niet overstegen.
Het televisietijdperk maakte abrupt een einde aan dit muzikale tijdverdrijf, dat ooit begonnen was met de klassieke quatre mains die een componist als Mozart componeerde voor zijn pianoleerlingen. Maar het genre bloeide pas werkelijk op ten tijde van de romantiek, toen er talloze transcripties verschenen van orkestwerken, die op deze manier in de huiskamer of in de salons ten gehore gebracht konden worden.
Schubert is misschien wel de enige componist die bijna evenveel werken voor quatre mains als voor piano solo geschreven heeft. Er zijn 47 stukken voor piano vierhandig van hem bewaard gebleven, waarvan de Fantasie in f, D 940 het onbetwiste hoogtepunt vormt. Van dat meesterwerk zijn prachtige opnames gemaakt door ‘ad hoc’ pianoduo’s als Perahia en Lupu, Argerich en Freire, Badura Skoda en Demus. In Bruno Klassiek, de leukste cd speciaalzaak van Nederland, zijn ongetwijfeld meerdere versies van de Fantasie in f voorhanden.
Eigenaar Bruno Truyens vierde afgelopen week zijn vijftigste verjaardag met een Extra Jubileumconcert in zijn concertserie ‘Bruno Klassiek Presenteert’ in de Doopsgezinde Kerk in Haarlem. Wie oprecht muzikaal bevlogen is trekt muzikale bevlogenheid aan. Zo kon het gebeuren dat de uitzonderlijke Russische meesterpianist Alexei Lubimov zélf aanbood de verjaardag van Truyens op te komen luisteren. Met zijn getalenteerde leerling Alexei Grotz speelde hij quatre mains en solowerken van Schubert, waarbij het pianoduo de indruk wekte ondanks een groot verschil in leeftijd en ervaring uit exact hetzelfde hout gesneden te zijn.
Het vergde even focussen op een instrument, repertoire en wijze van musiceren waar de sepiawaas van oude foto’s omheen hangt. Want deze quatre mains vertegenwoordigen een andere muzikale wereld dan die van het solistische vituozendom op de grote podia. Het is een intiemere wereld van toewijding en overgave, ambachtelijkheid en verfijning, schoonheid en melancholie, intellectuele verkenningen en emotionele poëzie, empathie en communicatie.
Eensgezind bogen Lubimov en zijn leerling zich over Edwin Beunks originele Conrad Graf fortepiano met maar liefst vier pedalen (ca. 1835) om als uit één hoofd, hart en lichaam aan te vallen op Schuberts Marche caractéristique nr. 1 in C, D 968b, op. 121. Als stormen in een glas water dreven Schuberts emotionele uitbarstingen voorbij, afgewisseld met de fraai omfloerste lyriek van het middendeel. Doordat het duo zoveel klankkleuren uit het instrument opdiepte, werd de materie van het Rondo in D, D 608 op. Posth. 138 kaleidoscopisch belicht.
De architecturale spanningsbogen waarlangs Lubimov solo het door Jörg Demus gecomplementeerde Klavierstück in c, D 916C optrok, wekten associaties met een kathedraal. Elkaar afwisselend als primo en secundo zette Lubimov zich na dit solowerk aan de baskant, voor prachtige, gelijk ademende en organisch vloeiende vertolkingen van het Allegro in a ‘Lebensstürme’, D 947, op..posth 144 en Grand Rondeau in A, D 951, op. 107 met Grotz als bevlogen ‘sopraan’.
Na de pauze profileerde Grotz zich solo als Schuberts geestverwant in aanstekelijke vertolkingen van enkele dansen. Daarna stortten Lubimov en Grotz zich samen op het meest doorwrochte werk van de avond: ‘Divertissement à la Hongroise’ in g, D 818, op. 54. Alsof alle noten te paard werden meegevoerd door een wonderlijk landschap waar nooit meer een einde aan zou komen, zó hield het duo het publiek in de ban van Schuberts klankepos.
Concert door Quatuor Danel
donderdag 31 maart 2011 20.15 uur Doopsgezinde Kerk, Frankestraat 24 Haarlem
Programma
Joseph Haydn, strijkkwartet op. 50 nr 6
Ludwig Van Beethoven, strijkkwartet op. 74 “harp”
Mieczyslaw Weinberg, strijkkwartet nr 6
Concert door Quatuor Danel donderdag 31 maart 2011 20.15 uur Doopsgezinde Kerk, Frankestraat 24 Haarlem.
Het zesde kwartet van de Poolse componist Weinberg beleefde daarmee, in de serie Bruno Klassiek Presenteert, zijn Nederlandse première op 31 maart 2011. U kunt op deze site de cd’s kopen met strijkkwartetten van Weinberg door het Danel Kwartet. Ook in Utrecht was het Danel Kwartet live te beluisteren tijdens het Weinberg Festival, dat plaatsvond in de Leeuwenbergh, Servaasbolwerk 1a Utrecht.
Gedurende twee periodes (van vr 1 april t/m zo 3 april 2011 en van 2 t/m 6 november 2011) werden daar alle zeventien strijkwartetten van Weinberg gespeeld door het Quatuor Danel.
Meer weten over de relatief onbekende Weinberg?
Citaat over derde cd van Quatuor Danel met o.a. Weinberg 6: “Mieczyslaw Weinberg’s Sixth Quartet has to wait over 60 years before receiving what is believed to have been its world premiere performance by the Quatuor Danel in January 2007. …on the evidence of this extraordinary compelling and beautifully recorded performance, it’s an extremely powerful and deeply affecting work. Outstandingly dedicated performances.” BBC Music Magazine, March 2010 *****
Citaat over volume 2:
“With a wonderfully clear recording and superbly committed playing from the Quatuor Danel,
extracting the maximum amount of colour and variety of gesture from the music,
this release deserves the strongest recommendation.” BBC Music Magazine, February 2009 *****
Het Belgische strijkkwartet is al met veel superlatieven beschreven.
Met de Nederlandse première van strijkkwartet nr.6 van Mieczyslaw Weinberg bewijst het opnieuw zijn adembenemende kwaliteit.
Ze beginnen ‘gewoon’ met Haydn. Maar vanaf de allereerste noot is er die urgentie, die noodzaak om te laten horen hoe prachtig de muziek is. De vier musici van Quatuor Danel spelen met een grote intensiteit. Ze geven zich volkomen over aan de muziek zonder ooit de controle te verliezen. Primarius Mare Danel speelt of zijn leven ervan afhangt, met zijn hele lichaam. Dansend op zijn stoel, nu eens dubbelgebogen over zijn viool om er de zachtst mogelijke klank aan te ontlokken, dan weer half staand of juist met de voeten van de vloer als hij het uiterste uit zijn instrument haalt.
De kwartetleden zijn volkomen op elkaar ingespeeld, voortdurend met elkaar in gesprek. Het publiek maakt daar deel vanuit en wordt betrokken bij de emoties die de muziek oproept. Dat maakt een concert van Quatuor Danel tot een bijzondere ervaring.
Ze spelen Haydn’s 50e strijkkwartet met vaart, stevig waar het kan en vederlicht waar het moet. Door hun fenomenale techniek kunnen de vier strijkers alle gewenste effecten moeiteloos laten horen. Daardoor is ook Beethoven bij hen in goede handen. Het overbekende ‘Harfenquartett’ (op.74) wordt gespeeld alsof de inkt van de partituur nauwelijks droog is. Alle contrasten worden met overtuiging en precisie uitgevoerd. Het adagio is zo intens dat het tot tranen toe roert. Het derde deel met zijn overgangen van grote dramatiek naar verstilde glimlach en weer terug staat ver af van Haydn en lijkt vooruit te wijzen naar Weinberg. Zijn strijkkwartet nr.6 vergt veel van spelers èn publiek. Het stuk kent talloze kleurschakeringen en gemoedstoestanden die elkaar constant afwisselen en de luisteraar nu eens meeslepen in tomeloze vaart en dan weer ademloos doen stilstaan. Driedubbel forte, bijna gruizig superzacht, de klank is altijd intens.
Quatuor Danel mag niet weg zonder toegift. Het wordt een geestig, zeer virtuoos stuk van Weinberg.
Zelden zo’n ongelofelijk goed concert meegemaakt!
Het concert van Alexei Lubimov vond plaats op vrijdag 21 januari 2011 in de Doopsgezinde Kerk, Frankestraat 24 Haarlem
“I consider it very important in our day and age to raise musicians who are stylistic polyglots.” Alexei Lubimov
“Educated in the Soviet school of vividly coloured pianism, Alexei Lubimov brings muscularity and vision to the fortepiano. It took five years just to find the right instruments for this recording…and the result is breathtaking.”The Independent on Sunday, 14th February 2010
Alexei Lubimov zou aanvankelijk tijdens het concert een heel mooi klinkende kopie van een fortepiano uit de tijd van Schubert en Beethoven bespelen uit de beroemde collectie van Edwin Beunk. Deze kopie naar Conrad Graf 1825 is in 1989 gebouwd door Rodney Regier en in 2002 gemodificeerd door Edwin Beunk en Johan Wennink.
De weersomstandigheden waren echter dermate gunstig dat Beunk besloot om een tweede instrument mee naar Haarlem te nemen. Dat werd zijn Anton Walter uit 1822. Lubimov mocht kiezen waar hij op wilde spelen. Het werd de Walter (zie de foto rechts). Leuk om te weten: dit bijzondere instrument uit de tijd van Beethoven en Schubert zelf werd onder anderen ook door Kristian Bezuidenhout bespeeld tijdens de opname, samen met Viktoria Mullova, van twee Beethoven vioolsonates. Die CD van Mullova en Bezuidenhout is internationaal bekroond
Er leek wel magie in het spel, afgelopen vrijdagavond in de Doopsgezinde Kerk.
We zagen een kleine, bescheiden ogende pianist en een fraai maar sober uitziende fortepiano.
Ze bleken betoverende klanken voort te brengen. Pianist was de 66-jarige Rus Alexei Lubimov.
Hij was door cd-handelaar Bruno Truyens teruggehaald naar de plaats waar hij in 2009 hetzelfde repertoire op cd vastlegde. De fortepiano bleek een originele Anton Walter van 1822 uit de collectie van Edwin Beunk. Een ware toverdoos. En Lubimov haalde eruit wat erin zat.
Hij benut het prachtige sprekende middenregister om de melodie te laten zingen. De pregnante bassen gebruikt hij om een markant motief naar voren te halen, de hoogste tonen kan hij als een speeldoosje laten klinken.
Lubimov is niet het soort pianist dat zichzelf op de voorgrond plaatst. Jarenlang vocht hij achter het IJzeren Gordijn voor het werk van eigentijdse componisten. En gewetensvol zocht hij naar de beste manier om oude muziek weer tot leven te wekken. Hij combineert de briljante techniek van de oude Russische school met de precisie van de moderne muziek en het stijlgevoel van de authentieke uitvoeringspraktijk. Het stelde Lubimov vrijdag in staat de ziel van Beethoven en Schubert te doorgronden. Bccthovens laatste Pianosonate is zelf al een wonderbaarlijk werk. Aardse tonen staan er broederlijk naast hemelse klanken. Het ene moment stoeit Beethoven als een jazzmusicus avant la lcttrc met swingende ritmes, het andere moment ontstijgt hij de wereld met ongrijpbare hoge trillers. Lubimov realiseerde de onthechte sfeer onaards mooi. Zo ook liet hij in Beethovens Sonate opus 109 gewijde melodieën afwisselen met diabolische loopjes, zonder de structuur van de muziek uit het oog te verliezen. In Schuberts Vier impromptus D.935 treft hij de virtuoze zwier even goed als de Weense weemoed. Kraakhelder klonken de watervlugge loopjes. En juist daardoor boden ze zicht op de diepten die onder de oppervlakte verborgen liggen.